De Clown

Ik hou van de clown,
met een bloem in zijn hoed,
en zijn dikke rode neus,
met zijn veel te grote broek
zijn bontgekleurde hemd
en zijn veel te lange jas.
De clown rent en struikelt,
slaat de armen in het rond,
en weet niet waar hij heen wil.
Enthousiast begint hij aan iets,
en loopt het verkeerd.
Het is zijn kunst om in alles
wat scheef zit en verkeerd loopt,
toch zijn weg te vinden.
Hij triomfeert in alle nederlagen. 

Ik hou van de clown,
Een wonderbare man.
Nooit leeft hij voor zich zelf,
want als hij alleen is,
is hij geen clown meer.
Hij overstijgt zichzelf voor anderen.
Hij dringt binnen in de dwaasheid 
van de mensen en maakt
vat ze lachen met zichzelf.
Hij zet alles op zijn kop.
Hij kruipt in de huid van hen
die altijd  het deksel op de neus krijgen,
die tekort gedaan worden en beetgenomen,
die altijd mislukken in het leven. 

Clowns zijn echt kunstenaars
omdat ze alles relativeren
en mensen laten lachen
met hun eigen stommiteiten. 

Alleen een clown kan lachen als hij weent
en als hij weent lachen de mensen
en vergeten hun zorgen.
De CLOWN is een wonderlijke therapeut.